6. Circulatiestelsel

Na bestudering van Hoofdstuk 6 Circulatiestelsel

  • weet je wat met dubbele bloedsomloop bedoeld wordt;
  • ken je de route van het bloed in de longcirculatie;
  • ken je de route van het bloed in de lichaamscirculatie;
  • weet je hoe het hart is gebouwd;
  • begrijp je de werking van de hartkleppen;
  • weet hoe de hartwand is opgebouwd;
  • kun je de hartcyclus beschrijven;
  • begrijp je hoe de bloeddruk in het hart ontstaat;
  • herken je de hartactie op het ECG;
  • weet je hoe de harttonen ontstaan;
  • weet je wat bedoeld wordt met de hartcapaciteit;
  • heb je inzicht in de hartcirculatie;
  • ken je de bouw van de wand van alle typen bloedvaten;
  • ken je de topografie en de functies van de grote bloedvaten;
  • herken je bijzondere vaatsystemen;
  • begrijp je hoe de bloeddruk in de bloedvaten ontstaat;
  • heb je inzicht in de stroomsnelheid van het bloed op verschillende plaatsen in het bloedvatenstelsel;
  • weet je hoe het lichaam de bloeddruk reguleert;
  • ken je de bouw en functies van de bloedcellen;
  • weet je hoe bloedcellen gevormd worden;
  • heb je inzicht in het proces de bloedstolling;
  • ken je de samenstelling van bloedplasma;
  • begrijp je het proces van stoffenuitwisseling tussen bloed en weefselvocht;
  • ken je de topografie van het lymfevatenstelsel;
  • ken je de belangrijkste lymfoïde organen;
  • ken je de mechanismen van de niet-specifieke en de specifieke immuniteit;
  • weet je wat passieve en actieve immunisatie betekenen;
  • weet je wat het ABO-bloedgroepsysteem inhoudt;
  • weet je wat de resusbloedgroep inhoudt.