Waarom krijgen dikke mensen vaker kanker?

[uit: ‘Waarom je kat niet mee naar bed mag’ © 2013 Ellen de Visser, http://www.volkskrant.nl/wetenschap/]

 

Wie te dik is, heeft meer kans op hart- en vaatziekten, diabetes, gewrichtsklachten, galziekten, ademhalingsklachten, spataderen en nog wat meer. Maar kanker? Waarom krijgen zwaarlijvige mensen vaker tumoren? Wat heeft een overdaad aan vetweefsel te doen met snel delende cellen?

Eerst de alarmerende cijfers. Overgewicht veroorzaakt volgens internationaal onderzoek 20 procent van alle kankergevallen. Voor Nederland komt dat neer op 19 duizend gevallen per jaar. Mensen met obesitas (BMI boven 30) hebben ruim 30 procent meer kans om kanker te krijgen dan gezonde mensen. En als ze de ziekte krijgen, gaan ze er vaker aan dood.

Dat risico loopt op met de kilo's. Voor elke 5 extra punten van de BMI-score (lichaamsgewicht gedeeld door kwadraat van de lengte) stijgt de sterfte door kanker met 10 procent. Nu het aantal dikke mensen toeneemt, is overgewicht, na roken, de belangrijkste vermijdbare oorzaak van kanker, zegt Ellen Kampman, hoogleraar voeding en kanker aan Wageningen Universiteit.

Vetweefsel werd lange tijd beschouwd als een inactieve opslagplaats van een overdaad aan voedsel, legt Kampman uit, maar de laatste jaren wordt duidelijk dat lichaamsvet een fabriek op zichzelf is, waar onder meer hormonen en ontstekingseiwitten worden geproduceerd. En daar schuilt het verband met kanker: er zitten stoffen tussen die het ontstaan van tumoren bespoedigen of die een eenmaal verstoorde celdeling op gang houden.

Zo hebben vrouwen met overgewicht meer kans op borstkanker, vooral na de menopauze, omdat in hun vetweefsel geslachtshormonen worden geproduceerd. Vetcellen blijken ook hormonen aan te maken die de vorming van nieuwe bloedvaten in tumoren bespoedigen.

Bij overgewicht raakt vetweefsel bovendien makkelijk ontstoken doordat vetcellen doorgroeien en doodgaan. De opruimdienst die wordt ingezet, veroorzaakt een ontsteking die chronisch kan worden. In het bloed van dikke mensen worden hogere concentraties ontstekingseiwitten gevonden. Die eiwitten stimuleren cellen, ook verkeerde cellen, om zich te delen.

De vetfabriek kan ook de glucosehuishouding in het lichaam verstoren. Cellen nemen glucose op met behulp van insuline, maar overgewicht kan cellen minder gevoelig maken voor insuline. Daardoor blijft er veel glucose in het bloed, wat het lichaam probeert te verhelpen door steeds insuline af te geven. Als insuline in grote hoeveelheden aanwezig is, wordt de groei van lichaamscellen en dus mogelijk ook van tumorcellen gestimuleerd.

Niet alleen de hoeveelheid vet is van belang, zegt Kampman, ook de verdeling. Mensen met een appelmodel (veel buikvet) zijn in het nadeel op peermodellen (heupvet). Bij de appels zit het vet in de buurt van organen, aldus Kampman, en kan daar funest zijn. Appelvet heeft ook andere eigenschappen dan peervet: het scheidt bijvoorbeeld meer ontstekingseiwitten uit.

Logische conclusie: sluit de vetfabriek, dat verkleint het risico op kanker. Mensen die door een maagingreep veel gewicht verliezen, krijgen minder vaak kanker dan dikke mensen. Een Amerikaans kankercentrum becijferde onlangs dat dikke vrouwen slechts 5 procent van hun overgewicht hoeven kwijt te raken om al een kwart minder kans te lopen op borstkanker.

 

(Boek: 3.2.1; 7.1)