De endoscopie

 

Door middel van een endoscopie kan een arts zo’n beetje alle organen van het lichaam bekijken zonder een ingrijpende operatie uit te hoeven voeren. Deze techniek biedt veel voordelen: minder kans op infecties, kan onder plaatselijke verdoving of een roesje; laat andere weefsels intact en de ingreep geneest snel.

We nemen als voorbeeld een endoscopisch onderzoek bij een zorgvrager die klachten heeft die kunnen duiden op verstopte galwegen door galstenen of een ontsteking van de alvleesklier. Voorheen moest hiervoor een operatie verricht worden.

Nu bekijkt men deze organen van binnen met behulp van de zogeheten Endoscopische Retrograde Cholangio- en Pancreaticografie, afgekort tot ERCP. Via de keel, de slokdarm en de maag wordt de endoscoop in de twaalfvingerige darm gebracht. De camera in de endoscoop legt alles vast. Met een kleiner slangetje uit de endoscoop kan de arts via de papil van Vater in de alvleesklierbuis of de galbuis komen en kan hij/zij contrastvloeistof inbrengen. Op deze manier worden vernauwingen of obstructies zichtbaar. De vernauwingen kunnen met een ballonnetje worden opgerekt en galstenen kunnen worden verwijderd.

 

(Boek: 1.2.2; 7.2.6; 7.3.3)