Van Labia majora tot Lysozym

Achter het begrip vind je de relevante paragraaf/paragrafen.

labia majora grote schaamlippen; de twee buitenste, behaarde, huidplooien van de vulva (15.2.1)
labia minora kleine schaamlippen; de twee binnen de grote schaamlippen gelegen huidplooien, omvatten het vestibulum vaginae (voorhof) (15.2.1)
laboratoriumonderzoek onderzoeksmethode waarbij lichaamsvloeistoffen en weefsels in het laboratorium worden onderzocht (1.2.2)
lactase enzym dat de lactose (melksuiker) splitst in glucose en galactose (7.1.1)
lactatie melkproductie bij de kraamvrouw (18.3.2)
lactose melksuiker; een disacharide, bestaat uit 1 glucose en 1 galactose (7.1.1)
lamellaire bouw in laagjes opgebouwd (bijvoorbeeld van botweefsel) (14.1.1)
lamina propria mucosae laagje losmazig bindweefsel tussen de mucosa en de muscularis mucosae in de darmwand (7.2.1)
langetermijngeheugen het vermogen om waarnemingen, ervaringen en feiten lange tijd te onthouden en te herinneren (12.5.3)
langzame spiervezel type spiervezel in de skeletspier; gekenmerkt door relatief langdurige, matig sterke contractie, groot uithoudingsvermogen, hoge zuurstofbehoefte, rode kleur (vergeleken met snelle spiervezel) (14.6.1)
lanugo donshaar waarmee de foetus vanaf de derde maand bedekt is; verdwijnt tegen de tijd van de geboorte (16.3)
laryngopharynx het achter het strottenhoofd liggend deel van de keelholte (7.2.3)
larynx strottenhoofd; stevige koker tussen keelholte en luchtpijp (7.2.2; 9.1.4)
lateraa aan de zijkant; tegengesteld aan mediaal (naar het midden toe) (4.3)
laterale meniscus buitenmeniscus; kraakbeenschijf in het kniegewricht aan de buitenkant van de knie (14.5.4)
lateroflexie zijwaarts bewegen van arm, been, hoofd of romp (4.4)
LDL low density lipoprotein; eiwit-vetverbinding met een relatief lage dichtheid; bindt het overtollige cholesterol in het bloed; blijft dan als LDL-cholesterol in het bloed circuleren (7.3.2)
LDL low density lipoprotein; lipoproteïne met een relatief lage dichtheid; bindt het overtollige cholesterol in het bloed; dit complex blijft dan als LDL-cholesterol in het bloed circuleren (7.3.2)
ledematen extremiteiten; armen en benen (5.5)
lens glashelder, lichtbrekende deel van het oog; opgehangen aan lensbanden tussen de achterste oogkamer en het glasachtige lichaam (13.5.2)
lensbandjes dunne vezels waarmee de lens in de oogbol is opgehangen (13.5.1)
leptine weefselhormoon geproduceerd door vetweefsel; zorgt via de hypothalamus voor een gevoel van verzadiging (11.10)
leukocyten witte bloedcellen; (3.2.4; 6.6.1)
leukocytose snelle vermeerdering van leukocyten (m.n. granulocyten) in het rode beenmerg enkele uren na weefselbeschadiging ergens in het lichaam (6.7.1)
leukodiapedese het buiten de bloedbaan treden van granulocyten om in het weefselvocht bacteriën te vernietigen (6.6.1)
leverhilum leverpoort; plaats waar bloedvaten, leverbuis, lymfevaten en zenuwen de lever in en uitgaan (7.3.2)
leydigcellen interstitiële cellen; testosteron producerende cellen in het bindweefsel tussen de zaadbuisjes van de testis (15.3.2)
lichaampje van Malpighi kapsel van Bowman met zijn glomerulus (8.1.3)
lichaamscirculatie grote bloedsomloop: linkerventrikel - aorta - slagaders - organen - aders - holle aders - rechteratrium
lieberkühncrypten diepe buisvormige instulpingen van de mucosa van de dunne darm; scheiden darmsap af (7.2.6)
lien milt (6.6.2)
liesband ligamentum inguinale; stevig ligament tussen de spina iliaca anterior superior (naar voren uitstekende deel van de bekkenkam) en het os pubis (schaambeen) (14.6.3)
ligament gewrichtsband (14.2.3)
ligamentum falciforme hepatis sikkelvormig ligament; het deel van het ventrale mesenterium tussen de lever en de buikwand (7.3.2;7.4.2)
ligamentum flavum gewrichtsband tussen twee wervelbogen (14.4.1)
ligamentum inguinale liesband; stevig ligament tussen de spina iliaca anterior superior (naar voren uitstekende deel van de bekkenkam) en het os pubis (schaambeen) (14.6.3)
ligamentum interspinale gewrichtsband tussen de doornuitsteeksels van twee wervels (14.4.1)
ligamentum intertransversarium gewrichtsband tussen de dwarsuitsteeksels van twee wervels (14.4.1)
ligamentum latum brede baarmoederband; waaiervormige plooi van het peritoneum tussen de uterus en de zijwand van het bekken; omvat uterus en ovaria (15.2.3)
ligamentum longitudinale anterius gewrichtsband aan de voorkant van de wervellichamen over de gehele lengte van de wervelkolom (14.4.1)
ligamentum longitudinale posterius gewrichtband aan de achterkant van de wervellichamen over de gehele lengte van de wervelkolom(14.4.1)
ligamentum supraspinale lange smalle gewrichtsband tussen de doornuitsteeksels van vanaf de zevende halswervel (C7) tot en met de vijfde lumbale wervel (L5) (14.4.1)
ligamentum teres hepatis ronde ligament; bindweefselstrook vanaf de leverpoort tot aan de navel; restant van de navelstreng (7.3.2)
ligamentum teres uteri ligamentum rotundum of ronde ligament; verloopt van de uterus via het lieskanaal tot aan de labium majus (grote schaamlip) (14.6.3; 15.2.4)
lijkvlekken bruinpaarse huidverkleuringen bij de gestorvene; ontstaan een kwartier tot een half uur nadat het leven is geweken (18.4)
limbische systeem ringvormige deel van de hersenen, dat meerdere functionele hersendelen omvat; functies van het limbische systeem hangen samen met instinctief gedrag, stemmingen, emoties en het geheugen (12.5.3)
limbus corneae plaats waar de sclera (harde oogrok) overgaat in de cornea (hoornvlies)
linea alba witte lijn; verticale pezige strook op de mediaanlijn waar linker en rechter musculus rectus abdominis (rechte buikspier) op elkaar aansluiten (14.6.3)
lingua tong (7.2.2)
lipase enzym dat vetten splitst in gycerol en vetzuren (7.1.2; 7.2.6)
lipiden verzamelnaam voor vetten en vetachtige stoffen (7.1.2)
lipogenese aanmaak van vetten in de lever (7.3.2)
lipolyse afbraak van vetten in de lever (7.3.2)
lippen labiae (7.2.2)
lipteugel mediaal verlopende verbinding tussen de lip en de kaak (7.2.2)
liquor cerebrospinalis liquor of hersenvocht; bevindt zich in de subarachnoïdale ruimte, de ventriculi cerebri (hersenventrikels) en de canalis centralis (centrale kanaal) in het ruggenmerg (12.13)
zaadvloeistof grootste deel van sperma, bestaand uit vocht uit de zaadblaasjes, uit de prostaat en uit de cowperklieren (15.7.1)
liquor hersenvocht; bevindt zich in de subarachnoïdale ruimte, de ventriculi cerebri (hersenventrikels) en de canalis centralis (centrale kanaal) in het ruggenmerg (12.13.2)
lis van Henle U-vormig deel van het nierkanaaltje in een nefron; ligt in het niermerg (8.1.3)
lobulus hepaticus leverlobje (7.3.2)
lobus frontalis voorhoofdskwab van de grote hersenen; posterior begrensd door sulcus centralis (centrale groeve) (12.5.1)
lobus occipitalis achterhoofdskwab van de grote hersenen (12.5.1)
lobus parietalis wandbeenkwab van de grote hersenen (12.5.1)
lobus pulmonis longkwab (9.6.1)
lobus temporalis slaapbeenkwab van de grote hersenen (12.5.1)
lobus lob, kwab (9.6.1; 12.5.1)
lokale vasoconstrictie plaatselijke bloedvatvernauwing (6.4.1)
longcirculatie kleine bloedsomloop: rechterventrikel - longslagaders - longen - longaders - linkeratrium (6.1)
longfunctiegrootheden longvolumina; bij longonderzoek gemeten waarden (9.4.1)
longitudinale doorsnede lengtedoorsnede (4.2)
longitudinale spierlaag laag met lengtespieren in de wand van holle organen; bij contractie wordt het betreffende deel verkort (7.2.1)
longsegment deel van de longkwab dat wordt bereikt door een bronchus segmentalis (vertakking van de bronchus lobaris) (9.1.6)
longtrechtertjes trosvormige uitstulpingen van de dunste bronchiolen; de uitstulpingen zijn de alveoli pulmonales (longblaasjes) (9.1.7)
longweefsel longblaasjes + capillaire netwerken; functionele eenheden van de luchtwegen waar gaswisseling plaatsvindt (9.2.7)
lordose kromming van de wervelkolom met de bolling naar ventraal (14.4.1)
losmazig bindweefsel bindweefsel dat relatief weinig collagene en elastische vezels bevat; zeer vervormbaar, heeft de functie van vulweefsel (3.2.1)
lumbale lordose lordose in het lumbale gebied van de wervelkolom (14.4.1)
lumen gat, holte (van een hol of buisvormig orgaan) (4.2)
lunula maantje; maanvormige witte randje onder en aan de basis van de nagel (10.2.4)
luteïniserend hormoon LH; door adenohypofyse geproduceerd hormoon; stimuleert bij de vrouw follikelrijping en ovulatie (eisprong) (11.3.2; 15.5.1)
lymfatisch weefsel ophopingen van reticulair bindweefsel in het lymfatische systeem (6.6)
lymfe de vloeistof in het lymfevatenstelsel (3.2.3; 6.8.1)
lymfecapillairen blind beginnende lymfehaarvaten in de weefsels; het endotheel van de wand bevat relatief grote poriën (6.8.1)
lymfecapillairnetwerken netwerk van lymfecapillairen in een weefsel (6.6.1)
lymfefollikels bolvormige celophopingen in een lymfeknoop; hier worden lymfocyten geactiveerd tot specifieke afweer (6.8.2)
lymfeknopen lymfeklieren; door een kapsel omgeven ophopingen van lymfatisch weefsel, op allerlei plaatsen langs de lymfevaten (6.8.2)
lymfestam truncus lymphaticus; groot lymfevat; voert lymfe vanuit het lichaam naar de het hart (6.8.1)
lymfocyten witte bloedcellen die de afweer van het lichaam verzorgen (6.6.1; 6.9.1)
lymfoïde organen tot organen gestructureerd lymfatisch weefsel; o.a. lymfeknopen, milt en thymus (6.8.2)
lysosomen kleine blaasjes in het cytoplasma; bevatten (vaak agressieve) enzymen die intracellulaire vertering verzorgen; bij beschadiging kunnen ze de cel zelf vernietigen (2.2.3)
lysosoommembraan membraan rond de lysosoom; bij beschadiging lekken enzymen uit het lysosoom, waardoor de kans bestaat dat de cel kapot gaat
lysozym antibacterieel enzym in speeksel en traanvocht (6.9.1)