Van Facetgewricht tot Fysiologische leeftijd

Achter het begrip vind je de relevante paragraaf/paragrafen.

facetgewricht gewrichtje tussen de processus spinosus van een wervel met de aangrenzende wervelboog (14.4.1)
facies hippocratica het typische gelaat van een stervende (18.4)
fagocytose endocytose van vaste deeltjes (2.2.2)
falx cerebri sikkelvormig medio-sagittaal tussenschot tussen linker en rechter hemisfeer; bestaat uit dubbele plooi van de dura mater (12.11)
faryngo-oesofageale sfincter bovenste slokdarmsfincter; opent alleen tijdens de slikbeweging (7.2.4)
fascia renalis stevige bindweefselmantel rond de nier (8.1)
fasciale vaatnetwerk vaatnetwerk van de huid; ligt tussen de algemene fascie en de subcutis (10.3)
febris koorts; kan bij een ontsteking optreden(6.9.1)
feces ontlasting (7.2.7)
feedback terugkoppeling (11.1)
femur dijbeen (14.5.4)
fenotype verschijningsvorm; het geheel van waarneembare lichamelijke en geestelijke eigenschappen van een individu (16.1.2)
fibrine taai en draderig eiwit; belangrijk bestanddeel van een bloedstolsel (6.6.3)
fibrinogeen plasma-eiwit; stollingsfactor, voorstadium van fibrine (6.6.3)
fibrinogeen stollingsfactor I in het bloedplasma; wordt door trombine omgezet in fibrine (6.6.3)
fibrinolyse afbraak van fibrinestolsels (6.6.3)
fibroblasten bindweefselcellen; vormen en onderhouden de matrix en eiwitvezels in bindweefsel (3.2.1)
fibula kuitbeen (14.5.4)
fila olfactoria reukharen; vezels van de reuksensoren die het begin van de reukzenuw vormen (N. olfactorius) (13.2)
filtereenheid functionele term voor het lichaampje van Malpighi (8.1.3)
filtratiedruk druk (10 mmHg) waarmee bloed door het endotheel van het kapsel van Bowman wordt geperst (8.1.4)
fimbriae franjeachtige uitstulpingen van de rand van het infundibulum (trechtervormige deel van de eileider dat tegen de eileider ligt) (15.2.3)
fissura longitudinalis cerebri diepe mediane spleet tussen linker en rechter hemisfeer van de grote hersenen (12.5.1)
fixatienystagmus het snel heen en weer gaan van de ogen, als gevolg van de volgreflex gecombineerd met de instelreflex van de ogen (treedt bijvoorbeeld op wanneer iemand vanuit een rijdende trein naar buiten kijkt) (12.10.2; 13.5.4)
flatus wind, het laten ontsnappen van darmgas uit de anus (7.2.7)
flexie buigbeweging; tegengesteld aan extensie (strekbeweging) (4.4)
flexor buigspier (14.6.1)
foetale fase periode van de foetogenese; ongeveer vanaf de tiende week van de zwangerschap tot aan de geboorte (16.3)
foetogenese foetale ontwikkeling (ongeveer vanaf de tiende week van de zwangerschap tot aan de geboorte) (16.3)
follikelcellen voedende en beschermende cellen rond onrijpe eicel in het ovarium (15.2.2)
follikelstimulerend hormoon FSH; door de adenohypofyse afgegeven hormoon dat bij de vrouw de eirijping stimuleert en bij de man de vorming van zaadcellen (11.3.2; 15.5.1)
fontanel bindweefselzone tussen drie of meer botplaten van de hersenschedel, op plaatsen waar de botplaten bij de geboorte nog niet verbeend zijn (16.4.9)
fonticulus anterior grote fontanel; ruitvormige fontanel midden boven op het hoofd (16.4.9)
fonticulus posterior kleine fontanel midden op het achterhoofd (16.4.9)
foramen interventriculare verbinding tussen zijventrikel en derde ventrikel (12.13.1)
foramen intervertebrale tussenwervelgat; uittreeplaats van de ruggenmergzenuw (12.9)
foramen magnum grote achterhoofdsgat; plaats waar het verlengde merg overgaat in het ruggenmerg (12.9; 14.3.1)
foramen Monroi foramen interventriculare; verbinding tussen zijventrikel en derde ventrikel (12.12.1)
foramen obturatum groot gat in het heupbeen, tussen het zitbeen en het schaambeen (14.5.3)
foramen ovale opening in het septum cordis tussen rechter en linker atrium bij de foetus (16.4.1)
foramen transversarium opening in de processus transversi (dwarsuitsteeksels) van de halswervels (14.4.1)
foramen vertebrale wervelgat; omsloten door wervellichaam en wervelboog (14.4.1)
fosfolipiden een fosforzuur bevattende lipide; belangrijk bestanddeel van celmembranen (2.2.1; 7.1.2)
fotopigmenten gezichtskleurstoffen in de staafjes en kegeltjes in het netvlies (13.5.3)
fotosensoren sensoren die gevoelig zijn voor licht (13.11)
fovea centralis kuiltje in het centrum van de gele vlek; hier liggen de fotosensoren aan de oppervlakte (13.5.1)
frontaal vlak evenwijdig aan het voorhoofd; verdeelt het lichaam of delen daarvan in voor en achter (4.2)
frontale doorsnede maakt een frontaal vlak (4.2)
fructose vruchtensuiker; een monosacharide (eenvoudige suiker) (7.1.1)
functio laesa gestoorde functie; een van de ontstekingsverschijnselen (6.9.1)
functionele anatomie combinatie van de twee vakgebieden fysiologie en anatomie (1.2.1)
functionele residulongcapaciteit FRC; de hoeveelheid lucht die na een rustige uitademing in de longen achterblijft (9.4.1)
functionele scoliose tijdelijke zijwaartse kromming van de wervelkolom als compensatie voor een belasting (bijvoorbeeld tillen met één hand) (14.4.1)
fundus oculi achtergrond van het oog (te zien bij spiegelen van het oog) (13.5.1)
fundus uteri het boven de uitmondingen van de eileiders gelegen deel van de baarmoeder (15.2.4; 17.3)
fundus ventriculi maagkoepel; links onder het diafragma gelegen deel van de maag (7.2.5)
funiculus spermaticus zaadstreng; ophangband van de zaadbal, bevat zaadleider, bloedvaten en zenuwen (15.3.2)
fuseren samensmelten (2.3.2)
fysieke barrière afweermechanismen aan de buitenkant van het lichaam die bijdragen tot de niet-specifieke immuniteit (6.9.1)
fysiologie wetenschap die zich bezig houdt met de functies van het levende lichaam (1.2)
fysiologisch dode ruimte ruimte in de luchtwegen waar geen gaswisseling plaatsvindt (9.4.3)
fysiologische leeftijd de leeftijd die het individu in biologische zin heeft (18.1.5)